Skip to main content

Theo en Marja; oud-eigenaren van ’t Swaentje, voorheen Hollandiaan.

Theo aan de linkerzijde, Marja aan de rechter. 😉

Opgroeien in de kroeg gaat voor Marja verder dan een leuke anekdote. Marja is als jong meisje verhuist naar de bovenverdieping van een kroeg op de hoek van de Zwaanshals, ‘Café de Hollandiaan’. Al jong stond zij zelf te ploeteren in de zaak. En toen zij haar geliefde Theo leerde kennen, ontwikkelde dit zichzelf tot een relatie met als basis de kroeg die zij samen zijn gaan draaien, decennialang.

Theo en Marja kijken met een warm gevoel terug op hun beginjaren in de horeca. Al vroeg in de morgen, een uur of vijf, kwamen de koppelbazen binnen gestroomd. Gepaard met de koppelbazen kwamen vervolgens de werkzoekende. De formulieren werden uitgedeeld. Theo en Marja verzorgde de kannen koffie die aan de lopende band bijgezet moesten worden.

De straat stond een tijdje later vol met ‘-verhuurbedrijf- Van ’t Hart busjes’. De planning was gemaakt en de mensen werden richting de Botlek en de Europoort (Rotterdamse haven)gereden. Een drukke werkdag in het vooruitzicht. De koppelbazen bleven nog even hangen om de boekhouding ‘kloppend’ te maken. Voordat Theo en Marja het doorhadden kwam de volgende ploeg alweer binnen die vanuit de nachtdienst kwamen.

Er was weinig tijd om na te denken in deze jaren volgens Theo, het was voornamelijk doorwerken en blijven draaien als kroeg zijnde. Terugdenkend aan deze tijd vertelt Theo ook verschillende opvallende gebeurtenissen uit deze tijd. Het was in de wijk, het Oude Noorden, nogal gebruikelijk om een dolletje met elkaar uit te halen. Zo liet een havenmedewerker op een blauwe maandag een vogelspin op de biljarttafel lopen, en de vishandelaar strooide vissen in de spoelbak aan de bar.

Er kan een dik boek geschreven worden over soortgelijke anekdotes van Theo en Marja. Leuke en minder leuke tijden. Binnen het Oude Noorden waren Theo en Marja gerespecteerde figuren. Theo legt uit dat er in die tijd, jaren ’70-’80, meer respect was voor beroepen als agent, kastelein of taxichauffeur. Hij stelt vervolgens ook dat het respect jegens ‘ouderen’ steeds meer lijkt te verdwijnen. “Jongeren staan niet eens meer voor ze op in het openbaar vervoer.”

Theo benadrukt het vertrouwen dat er onderling was in de tijd waarin zij jonger waren. Het was een tijd waarin touwtjes nog uit de brievenbus hingen. Toen de sleutel die de meeste in de buurt in bezit hadden, paste op bijna iedere deur in het Oude Noorden. Nu kunnen er niet genoeg sloten op een deur gezet worden in dezelfde buurt.

Marja vult hierop aan dat het een tijd was met meer samenhorigheid. Een tijd waar armoede een grote rol speelde, maar mensen elkaar graag een helpende hand toereikte. “Heb jij niks te eten, schuif dan maar bij mij aan!”. Het is een verschil met hoe het nu is volgens Marja. Mensen zijn meer op zichzelf gefocust. Een pijnlijke ontwikkeling, vind ze.

Richting de laatste jaren waarin zij actief waren binnen de horeca, vond voornamelijk Theo het wel mooi geweest. Hij wilde van de zaak af en wachtte op de juiste koper. Na wat mislukte pogingen kwam Xander binnenlopen, Theo beschrijft zijn overkomen om de ironie duidelijk te maken; ‘een jong ventje met een cappie achterstevoren’. Als oude horeca vakman is dit niet direct het meest vertrouwde beeld. Maar toch besloot Theo eropin te gaan.

De compagnon van Xander, Mickey, kwam in beeld en gezamenlijk gingen de onderhandelingen verder. Theo kreeg via een vriend van de markt te horen dat het goede jongens zouden zijn. En zo geschiedde, de kroeg werd verkocht aan Xander en Mickey. De sleutel werd overgedragen in goed vertrouwen aan twee jonge horecaondernemers.

Een kleine tijd later stapte Theo en Marja hun geliefde zaak weer binnen. Mickey was in de weer geweest met een sloophamer. Er was nog maar weinig over van de geliefde Hollandiaan. Het was een pijnlijk aanzicht voor het echtpaar, en zij dachten een grote fout te zijn begaan.

Na wat oponthoud vanwege vergunningen, vervolgde de sloop en uiteindelijk de bouw van een moderne bruine kroeg. Het was een lange tijd billenknijpen maar er kwam steeds meer vorm in de zaak. Ondertussen werden Theo en Marja op de hoogte gehouden van verbouwingen, en hierin kregen zij zelfs zeggenschap. Marja vertelde dat zij hier weinig van wilde weten, al vond ze het wel fijn dat ze nog betrokken werd. Oudere elementen werden afgestoft en kregen een nieuwe plek in de kroeg. Gieterij ’t Swaentje was geboren.

Nu komen Theo en Marja iedere zaterdagmiddag, stipt om 13:00, langs bij Gieterij ’t Swaentje. Marja stapt eerder binnen, terwijl Theo nog even knutselt bij de parkeermeter. Terwijl Marja aan de bar is gesetteld, neemt Theo een laatste pof van zijn sigaret, die hij al binnenlopend uitblaast. Het is een vertrouwd moment voor Theo, Marja, maar zo ook voor de barman.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *